Vakantieliefde

Sommige gebeurtenissen in een mensenleven, toveren jaren later nog altijd een spontane glimlach op het gezicht. Memorabele momenten die aan je lijf blijven plakken, alsof er TEC7 mee gemoeid is. Neem nu de zoete tienerherinneringen aan een vakantielief. In de meest ongedwongen tijd van het jaar en misschien ook wel van je leven, ontmoet je iemand waarbij wederzijdse aantrekking vrij spel heeft. Spannend, kriebelend, romantisch, prikkelend, puur.

Die prettige gevoelens, ervaar je al bij het voorspel. Steelse blikken, golven geleidelijk aan over in momenten van net iets te lang en te diep in elkaars ogen verdrinken. Je laat je vrijwillig opsluiten in een magne-erotisch veld, waar elke begeerlijke blik je doet zweven.

En dan volgt de grote stap: het aanspreken. Zo’n gesprek verloopt meestal stuntelig, inhoudsloos en wordt ’geanimeerd’ met onnatuurlijke hinniklachjes. Maar het maakt niks uit: de in de lucht hangende elektriciteit, vonkt naar alle kanten. De zuigkracht naar elkaar toe, botst op geen enkele weerstand. Warm, teder, sensueel, lief, zacht, hemels. Zalig zoenen en zoenen en zoenen. Heel je lijf voelt: ik leef.

Ik was zeventien en had dat jaar mijn eerste meisje gekust. Het eerste lijntje geschreven op mijn ondertussen indrukwekkende privé-cv. Er volgde wat later nog een tweede meisje, zodat ik optimaal getraind was voor een zwoele zomer. Op de familievakantie met als decor de zee, gebeurde het. Als bij toverslag verscheen overal steeds hetzelfde mooie meisje. Speels, verleidelijk gelonk naar elkaar, liet niet lang op zich wachten. Haar wou ik van dichterbij leren kennen, dat was me al duidelijk na één ogen-blik.

Op een dag zie ik vanuit ons appartement dat meisje naar ’t strand wandelen, alleen. Meteen volgt het besef dat dit hét moment moet worden, dus ik zeg: ‘Ik ga schelpen rapen.’ Een onnozeler excuus om buiten te raken, kon ik zo snel niet verzinnen. Op de trap naar ’t strand, kruis ik het meisje. Shit, ze gaat terug naar boven. Ik knikte vriendelijk en zei gevat: ‘Dag’. Zij antwoordde zwoel: ‘Bonjour.’ Oei, toch een lichte domper: ze spreekt Frans!

Wat nu? Op mijn Frans staat namelijk een haardos van jewelste! Ik wandel nadenkend de golfbreker af, tot waar het water langs weerszijden ertegenaan klotst. Zonder één keer om te kijken. Zou ze mij achterna komen? Of zou dat onnozele schelpenemmertje in mijn hand haar afschrikken? Ik draai me om en zie haar nonchalant doch sierlijk, in mijn richting wandelen. Een gelukzalige siddering giert door heel mijn lijf.

Terwijl we elkaar naderen, tel ik in mezelf tot tien in het Frans. Beetje training kan geen kwaad, dacht ik. Dicht bij elkaar gekomen, weten we het niet zo goed. Er volgt enkel wat verlegen gelach, tot ze plots zegt: ‘Demain, je laisse à la maison. Ik antwoord ontgoocheld maar lieflijk: ‘Oh, c’est dommage. I stay encore one semaine à la mer avec ma mère.’ Om de één of andere reden heeft mijn Frans Angelsaksische trekjes. Complimentjes laten meisjes smelten, dus vlei ik: ‘Tu es very bella’. Liefdevol neemt ze mijn handen in de hare. Help, ik zweef!

Haar prachtige reebruine ogen, goddelijk gezichtje, stralende glimlach en wapperend kastanjebruin haar, schitteren in de kleurenpracht van de ondergaande zon. Veel zinnigs hebben we elkaar niet te zeggen, maar het gesproken woord is in deze situatie onbelangrijk. We willen allebei hetzelfde en dat is iets anders.

De daaropvolgende kus heeft nog steeds een plaats in mijn collectief geheugen. Zo perfect, zo donders lekker. Het maakte me kinderlijk blij en zelfs praatvaardig: ‘Oh la la la! Oh la la la! This is magnifique! Un moment to ne forget pas. Never of ma vie!’ Ze glimlachte lief. ‘Thanks, cher ami.’, fluisterde ze speels in mijn taal. We spraken af voor de dag van morgen en namen uitgebreid afscheid. Daarna ging ik schelpen rapen. Nooit deed ik dat zo enthousiast.

De volgende dag maakte ik met mijn meisje een lange, romantische wandeling. Hand in hand langs de waterlijn, elkaar liefkozend. De zomer leek nog nooit zo mooi. Nog voor de zon die dag onderging, verdween ze echter definitief uit mijn leven. Haar naam ben ik vergeten, doch vergeten ben ik haar niet. Ze tovert bij momenten nog steeds een spontane glimlach op mijn gezicht.

Bij deze wens ik u allen een magische vakantie toe. I wich tout le monde, a long été chaud!

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | 6 reacties

Carrièreplanning

Een goede carrièreplanning is essentieel. Vraag het maar eens aan Georges Leekens. Hoe oenig kun je zijn om je ontslag te geven, als coach van het beste team ter wereld zonder palmares?! Het vervolg van zijn daad is bekend: België begon aan zijn opmars en Leekens werd enkele maanden later ontslagen bij Club Brugge, omdat wederom 90% van het werk volbracht was. Logisch dan ook, dat 90% van zijn driejarig contract werd uitbetaald. Leekens moet dringend afleren om zo snel te werken. Hij moet ook stilletjes aan terug werk gaan zoeken, want binnenkort trekt hij nog maar 90% dop.

Gwendolyn Rutten: nog zo’n geval van slechte carrièreplanning. Zij moet van de echte partijbazen, kapitein zijn van een zinkend schip. Het bodemonderzoek leiden, zeg maar. Jammerlijke timing, want het zal onvermijdelijk leiden naar haar fin-de-carrière. Het had helemaal anders kunnen lopen. Binnen twintig jaar had zij een historisch voorzitter kunnen worden van de PVV, de kersverse partijnaam die de liberalen dan op een vernieuwingscongres goedkeuren.

PVV-voorzitter en minister van staat Gwendolyn Rutten, heeft op dat moment al vier keer de Willy De Clercq-award gewonnen. Ze staat ook tweede op de populariteitslijst, achter de 82-jarige voorzitter van het Vlaams Parlement, Jan Peumans. Rutten is een historische voorzitter van de PVV. Ze slaagde er immers in om na negentien jaar afwezigheid, een liberale zetel in het parlement te veroveren. Jammer genoeg is dit enkel wat had kunnen zijn. Door haar foute carrièreplanning, zal Rutten eindigen als Caroline Gennez.

Carolines opvolger als sp.a-voorzitter, Bruno Tobback, is dan weer een voorbeeld van goede carrièreplanning. De voorbije veertig jaar hebben zowat al de voorradige kopstukken overhand de partij geleid en zie waar ze nu staan. Het kan alleen nog maar omhoog. Tobback wacht daarom een succesvolle carrière, die hem zelfs het premierschap zal opleveren. Binnen dertig jaar kan hij gelauwerd zijn carrière afsluiten, als nieuwe burgemeester van Leuven. Sorry Louis: er is een tijd van komen en gaan.

Nog een goed voorbeeld van carrièreplanning is Bart De Wever. Hij zit voor decennia gesetteld in het stadhuis, tot lang nadat zijn partij terug verschrompeld zal zijn. Hij zal uitgroeien tot een burgemeester die boven de partijen staat, zoals zijn grote voorbeeld Gaston Van Opstal uit Ransegem. Bart zal zich ontpoppen tot een volksfiguur zonder weerga. Zijn idee om zelf een jaarlijkse eindejaarsconference te houden, zal een schot in de roos zijn.

Verder zal hij ook voor de succesvolste Sinksenfoor ter wereld zorgen, na de verhuis naar het Kiel. Het idee om daar een permanente foor te houden wordt een weergaloos succes. Voor het eerst in de geschiedenis zal het gans het jaar, carnaval op het Kiel zijn. De wijk zal bloeien als nooit tevoren en wordt de nieuwe place to be van Antwerpen. Om elk vrijkomend appartementje van de blokken op ’t Kiel, zal gevochten worden.

Zo zie je maar hoe belangrijk het voor een mens is, om een carrière goed te plannen. Je moet op het juiste moment, op de juiste plaats terechtkomen. Vraag dat maar eens aan Marc Wilmots in 2020. Na een Europese- en wereldtitel met België, gaat hij dan het net gedegradeerde Club Brugge coachen. Wederom kiest hij het ideale moment, je zal het zien.

Leekens kan daarom nu beter Beerschot leiden. Daar is 90% van het werk tenietgedaan, enkel de supporters blijven over. Promoties opstapelend, kan Georges ze dan terug naar eerste klasse loodsen en tegen die tijd kunnen ze spelen in het gloednieuwe stadion op de Vlaamse en Waalse kaai, de oude plek van de Sinksenfoor. Daar zullen immers alle huizen gesloopt moeten worden na een zware grondverzakking, veroorzaakt door de historische overstroming van de Schelde in 2015. ‘Het kan verkeren,’ zei Bredero. Hij had gelijk.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Oorlogsheld

De 11de Genie in Burcht, dat was de eenheid waar ik mijn legerdienst vervulde. Als genie door het leven gaan: dat klonk niet slecht. Voor ’t zelfde geld zat ik bij het Bataljon Jagers te Paard: hoe vertel je dat rond zonder uitgelachen te worden? Wij waren genieën in bruggen bouwen, letterlijk. De Baileybrug in ’t Fort van Breendonk: heb ik er gelegd. Immens zwaar werk was dat: ijskoude en loodzware stalen liggers, van de camion naar de rivier sjouwen. Gelukkig mochten arbeiders indertijd nog honderd kilo heffen van de vakbond of plaatsing van de brug was onmogelijk geweest.

Ik behoorde tot één van de laatste lichtingen miliciens. Twee jaar later werd de dienstplicht afgeschaft. Terecht, want het leger was een verloren jaar en alle clichés daaromtrent werden bevestigd. Ik heb grondig leren kuisen, aardappelen schillen en schoenen opblinken. Ik heb leren schieten, groeten en statig marcheren: ‘Inks, inks, inks’. Maar voor de rest leek die legerdienst een uitvindsel, om lagere legerrangen zichzelf belangrijk te laten voelen.

Tussen het bruggen bouwen door, wisten ze met ons soms genen blijf. Zo beslisten ze op een dag om alle gangen te schilderen, van alle gebouwen van de kazerne. Niet dat het nodig was, maar het legerbudget liet het toe. Verder moet je daar niet over nadenken, want dat doen ze daar voor jou. Handige bibi liet natuurlijk de verfpot vallen, pal bovenaan de trap. Beneden was er een afvoerputje en ik besloot de plas verf met een aftrekker, langs alle treden van de trap, ernaar toe te trekken. Dat was niet echt slim.

Soldaat-trapreiniger, was ik voor vier dagen. Er waren twintig treden van drie meter breed, voorzien van antislipribbeltjes. Tussen elk ribbeltje zat verf, kwaliteitsverf ondervond ik. Dit was echt geen tof werk en om de haverklap kwam sergeant De Korte zich dan nog verkneukelen en wijzen waar er nog verf zat. Dacht die misschien dat ik verfblind was?!

Hij was een ventje van amper een meter zestig, had zijn naam dus niet gestolen. Zijn ogen vertoonden altijd een oorlogsblik, zijn strakke snor versterkte dat beeld nog. Hij was er zo ene die op inspectieronde door het sleutelgat ging met een oorstokje, om te bewijzen dat de kamer nog vuil was. Zijn volumeknop had één stand: brullen. Als een leeuw die al drie maanden niet van de grond was geweest.

En toen opeens: GROOT ALARM! De Golfoorlog was uitgebroken. Uitgerekend wanneer ik in ‘t leger zat: merci Bush! Golfoorlog één was het, want oorlogen bestaan gewoonlijk uit twee. In één klap waren wij de verdedigers van het vaderland, in actie! Ik werd ingezet om de kerncentrale van Doel te bewaken. Ik herhaal: ik moest Doel bewaken! Met een geweer dat ten tijde van onze oorlogen, nog modern was. Wat kon ik in hemelsnaam doen als er een bommenwerper overvloog: hem afschieten? Mijn kogels raakten niet eens zo hoog!

Op mijn wachtronde aldaar, hoor ik plots geritsel in de struiken. Ik roep: ‘Halt of ik schiet!’, conform de ingestudeerde geplogenheden. Geen antwoord: begrijpen ze mij eigenlijk wel?  Hoe zeg je ook alweer ‘schieten’ in het Irakees? Omdat ik duidelijk nog van alles hoorde, besloot ik een waarschuwingsschot af te vuren. Daarna liep het konijn als een hazewind uit de struiken.

Waar ik niet aan dacht: tussen zo’n hoge torens, moet je een waarschuwingsschot recht naar boven mikken. Ik vuurde schuin, los in de reactorkuip van Doel 3! Dat durfde ik natuurlijk tegen niemand te zeggen. Pas twintig jaar later, ontdekte men de averij: scheurtjes. Doel 3 ging dicht. Onlangs opende men de site terug, maar je zal het zien: ooit sluit het definitief. Eigenlijk ben ik dus de man die moedig de eerste stap zette, richting sluiting der kerncentrales. Een soort oorlogsheld in feite. Misschien was mijn legerdienst toch geen verloren jaar…

Geplaatst in Uncategorized | 11 reacties

Toiletproblematiek

Als een man naast de pot plast, is de kans groot dat het de schuld is van zijn vrouw. Ik verklaar me nader. Slaaptijd: de vrouw kruipt in bed in foetushouding, rug richting de man. Wanneer een vrouw zo gaat liggen, wil dat gelijk zeggen dat ze geen seks meer wil. De lepeltjeshouding is een zeer aangename doch frustrerende houding voor de man. Als die immers met heel zijn lijf inclusief aanhangsels tegen zo’n warm vrouwenlichaam ligt, richten de zin-in-seks-tentakels zich als vanzelf op. In een wip staan lijf en leden, in de ‘geef acht’-houding.

Bij gebrek aan ontvangst, verschrompelt zijn antenne na verloop van tijd terug naar de ingetrokken toestand. Het is echter dat op-en-af-gedoe, dat een dubbel hangend voorhuidvelletje veroorzaakt en daarmee is de cirkel rond. Want als een man op zo’n moment naar ’t toilet gaat, is de kans honderd procent dat hij naast de pot plast. Door wiens schuld?!

Doordat zijn velletje dubbel hangt, heeft een man immers twee tot vijf plasstralen. Daarvan is er geheid één, op hemzelf gericht. Een andere straal besprenkelt de wc-rand en de vloer, een volgende richt zich op de doortrekknop, nog één bevochtigt de onderkant van de bril en straal vijf mikt recht in het zeepbakje. De ravage is dus alles behalve compact te noemen.

Hij is dan toch algauw vijf minuten aan de gang, om alles op te doppen met gemiddeld twee rollen toiletpapier, als die tenminste voorradig zijn. Anders moet het met het handdoekje van bij de lavabo. Pech voor de eerstvolgende die zijn handen wast, zeker wanneer die de plakkerige zeep, besprenkeld door straal vijf gebruikt.

Zelf wast een man na zo’n urinedouche plus schoonmaakbeurt zijn handen nooit. Wegens tijdsgebrek: zijn vrouw vraagt zich nu al af wat hij zo lang op ’t toilet zit te doen. Meestal doen deze ongelukjes zich dus ’s nachts voor en kruipt een man daarna terug in bed, weer in lepeltjeshouding tegen zijn geliefde aan, arm over haar. Als teken van appreciatie voor de rugdekking, kust zij dan half slapende doch liefdevol, zijn ongewassen hand.

Nu de conclusie bewezen is, dat een vrouw schuld heeft aan het naast de pot plassen van de man, wil ik ook graag de oplossing bieden. Daarbij wil ik een maatschappelijk evident geachte zaak in vraag stellen: rechtstaand plassen. Dat is eigenlijk totaal niks voor mannen. Het veroorzaakt alleen onnodige problemen.

In een urinoir, een pissein in de volksmond, valt het allemaal nog wel mee. Het is echter niet voor niets dat die de vorm en het volume hebben van een halve bierkuip en dus over een ruim straalgebied beschikken. Rechtstaand plassen in een zittoilet echter, is niet alleen onlogisch: het is ook richten naar een punt, ver van het coördinerende sturingshand. Terwijl algemeen geweten is, dat niet elke man evengoed kan vogelpikken.

We hadden al de uitvinding van het wiel, de relativiteitstheorie, gesofistikeerde computers, medische wonderen en aanwezigheid in de ruimte. Vandaag draag ik mijn steentje bij in het streven naar een perfecte wereld, namelijk: rechtstaand plassen voor mannen onverwijld afschaffen. Niemand moet vanaf heden nog nachtelijke kuispartijen doorstaan, niemand moet zich nog druk maken in brillen die omhoog staan en niemand krijgt de schuld. Iedereen is vanaf nu op zijn gemak. En dat, beste mensen, zal veel gezeik besparen.

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Kermisfestival

‘t Is weer die tijd van ’t jaar. Alles bloeit tussen fris groen en ooit zal het ook warmer worden. Vakantieplannen worden gesmeed, communie- en trouwfeesten kleuren de dagen. Vlinders fladderen en vogels zingen een lied. Mensen ook, want daar is het Songfestival weer. Een evenement dat een boeketje nostalgie in zich draagt, een stuk soundtrack van ons leven inpalmt.

Lekker laat opblijven als kind, knus in de zetel in een sponzen pyjama. Erover praten doet al zin krijgen om er één aan te trekken. Zou er voor volwassenen een exemplaar met voetjes bestaan? Om het babygevoel eens bewust te kunnen beleven. Zalig leven hebben die kleintjes toch: eten, slapen, spelen en lekker ingeduffeld in een buggy rondgereden worden. Als dat nog eens zou kunnen…

Maar we hadden het over ’t Songfestival. Elk jaar weer, overschat je het lied van je eigen land. Dat wordt steeds duidelijk tijdens het hoogtepunt: de puntentelling. Een frustrerend gedoe, mede doordat al die buurlanden elkaar valselijk bevoordelen. Zo kan ik het ook: eerst je land in tien splitsen, om daarna van alle delen punten te krijgen! Wij krijgen quasi niks van onze buren. We geven ook niks teveel: wij jureren eerlijk. Uitzonderlijk mogen de lage landen dit jaar allebei naar de finale. Al goed: zo zijn we tenminste allebei zeker van één keer twaalf punten….

’t Is weer die tijd van ’t jaar. De Sinksenfoor opent zijn deuren. Beter waren er aldaar echte deuren geweest: als je die sluit, hebben de buren tenminste geen lawaaihinder! Stel je maar eens voor, zo zes weken aan een stuk: ‘Drrrrrrraaien maar! Altijd prijs, altijd gewonnen!’ Daarbovenop nog een pak lunaparkgeluiden, duizenden schoten vanuit het schietkraam, karretjes die scherp knarsend over ijzeren rails denderen, altijd hetzelfde carrouseldeuntje en voor de rest een mengelmoes van loeiharde achtergrondmuziek!

Mocht ik er wonen, liet ik het daar niet bij. Ik zou wat buren optrommelen en samen naar de rechter stappen, zeker weten. Afdwingen dat ze hun kermistenten elders moeten opslaan! Ik ken iemand die in zijn eentje een parochiecentrum en een jeugdhuis heeft laten sluiten: dat kan dienen als precedent. Misschien valt er ook nog wat morele schadevergoeding te ritsen. Want heel dat kermisgedoe, verzuurt toch het leven van een mens…

De Sinksenfoor is voor de rest een zeer gezellige bedoening, geschikt voor alle leeftijden. Goedkoop kom je er niet vanaf, maar een flosh trekken of eendjes vissen mag iets kosten. Of koersen met kamelen. Plastieken kamelen, die voorthobbelen als je een balletje in gaten met diverse punten kunt gooien. Wie van een uitdaging houdt, kan in een ander kraam proberen een mooie prijs te trekken uit een bussel van vijfhonderd koordjes of een ring over een colaflesje trachten te gooien. Wie zich liever in de lucht laat katapulteren of legaal met auto’s botst: het kan allemaal.

Op een kermis hoort eten er ook bij. Daarbij leveren suikerspinnen plakkerig haar op, smoutebollen een gesuikerde jas en al het andere lekkers diverse plekken. Maar het smaakt, al is het niet meteen mager voedsel. Gelukkig is er zoiets als een smaller makende spiegel in het spiegelpaleis. Als we onszelf een spiegel voorhouden, kan dat soms maar beter een vervormd beeld geven.

’t Is weer die tijd van ‘t jaar. Dat doet een mens al eens mijmeren. Zou het niet mooi zijn: een soort van Eurokermisfestival organiseren? Met uit ieder land een gespecialiseerd kraam. België een frietkraam, Nederland een molen, Noorwegen het viskraam… Egypte moet eigenlijk ook meedoen, de kamelenrace mag niet ontbreken. Weet je wat: we maken er in het kader van de mondialisering een wereldkermis van. Laten we dat in één trek met het Songfestival ook doen. Heel de wereld gezellig samen voor televisie. In een sponzen pyjama met voetjes.

Geplaatst in Uncategorized | 6 reacties

Herman of Hermans worden

Ik ben (on)redelijk pisnijdig op de rest van de wereld en stel mij daarbij deze vragen: ‘Waarom heeft mevrouw X een boeiende job en ik niet? Waarom heeft meneer Y een dikke bankrekening en ziet juffrouw Z(woel) er onweerstaanbaar uit en ik niet? Waarom hebben mensen meer, kunnen ze meer, zijn ze meer dan ik? Waarom ben ik niet de president van Europa, ben ik geen Herman?’

Het antwoord is simpel maar complex. Gekregen talenten, moet je verder ontwikkelen door tomeloze inzet, gedrevenheid, wilskracht. Slechts weinigen slagen er echter in, hun talenten te laten drijven op een bedje van onuitputtelijke werklust. Met werklust raken we meteen een teer punt aan: ik heb daar namelijk niet zoveel last van. Rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan: ’t is meer aan Herman besteed, dan aan mij.

Gedrevenheid heb ik vooral bij de dingen die ik graag doe. Zoals bij columns schrijven, al is die benaming hier misschien wat te veel eer. Tenslotte ben ik geen Herman Brusselmans. Wij verschillen zelfs fundamenteel: hij schrijft altijd over vanachter in de poes naaien maar staat zelf al jaren droog, terwijl ik er nooit over schrijf maar… juist!

Verder hou ik mij vele uren per dag bezig, met totaal nutteloze dingen. Er is dus iets mis met mijn wilskrachtattitude, laat dat duidelijk zijn. Wellicht moet ik mijn gebrek eraan, eerder omschrijven als luiheid. Doch mooier klinkt: barstend van talent, maar helaas een gebrek aan wilskracht.

Zo zijn we met een weergaloos ezelsbruggetje bij talent aanbeland. Tussen de hoeveelheid die ik mezelf aanmeet en wat al de anderen daarvan denken, gaapt een enorme kloof. Zo vind ik het zelf frappant dat ik nog geen verschroeid hand heb, veroorzaakt door mijn roodgloeiende telefoon. Waarom ben ik geen Herman die opgebeld wordt door tal van hoofdredacteurs, die hem in huis willen halen als exclusieve columnist?

Terwijl ik verdorie los het gat in de markt indook met een volkse en luchtige column, die tenminste voor iedereen verstaanbaar is. Niet met van die onbegrijpelijke stadhuiswoorden die de intelligentie van de columnist moeten bewijzen, maar bij Jan boven zijn petje gaan. Bijna nooit gebruik ik moeilijke woorden. Ik zou teveel van mijn nutteloze tijd moeten verspillen, met ze op te zoeken.

De zoektocht van een mens naar zijn talenten, is een tijdrovende en moeilijke onderneming. Hoe kan je nu in godsnaam weten voor wat je in de wieg gelegd bent? Welke sport moet je als kind kiezen, om uit te groeien tot uitblinker? Want dat vond ik belangrijk: het moest leiden naar een nationale ploeg. Eerst koos ik basketbal, maar vermits mijn groeischeut een slag in het water bleek, stapte ik over naar het voetbal.

Doelman, want die anderen moesten teveel lopen en ik was geen trainingsbeest. Alleen als mijn basisplaats plots in gevaar kwam, schakelde ik even een paar versnellingen hoger. Desalniettemin heb ik de nationale ploeg niet gehaald. Anderen zagen het toen al niet, mijn talent. Dé oplossing voor die mindere jaren na Pfaff en Preud‘Homme, was nochtans ondergetekende geweest. Ze hebben jaren op de blaren mogen zitten: eigen schuld. ‘t Voelt alsof ze het gewoon niet wilden zien!

Oké, ik ben natuurlijk niet de enige die al levenslang onderschat wordt. Meer dan negentig procent van de mensen heeft dat probleem: waarom zien ze HET niet in MIJ? Alsof we eivol talent zitten maar een ondoorzichtige schaal hebben. Nochtans: als ieders grootste gave juist zou ingezet worden, zou de wereld er helemaal anders uitzien.

Zelfanalyse is misschien al een goede start, want als ik hier mijn eigen woorden nalees, schiet ik precies al decennialang op dezelfde terreinen tekort. U misschien ook. Wellicht daarom zijn we geen Herman Van Rompaey, Herman Van Veen, Herman Brusselmans of Toon Hermans. Toch schuilt er een Herman of Hermans in ons, die op een dag zal opstaan. Daar moeten we van blijven uitgaan. Op dit moment echter, zit ons jasje en ons dasje nog niet goed.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Liefhebbers van het theater

Met kritiek kan ik goed om, zeker met positieve. Zwier maar kwistig met het wierookvat in mijn richting. Laat mij maar zweven, boven het pad der gestrooide complimenten. Zoiets geeft ieder mens toch een energiestoot, niet? Horen van anderen, hoe goed je in iets bent. Open doekjes maken een mens altijd blij.

Daarom is toneelspelen zo’n populaire vrijetijdsbesteding. Ruim duizend vijfhonderd amateurtheatergezelschappen, vormen een stevige poot van ons cultureel erfgoed. In ieder onooglijk Vlaams dorpje, wordt elk zaaltje met hart en ziel plat gespeeld. Door tienduizenden acteurs en actrices. Ook Nederlanders kruipen maar al te graag in de huid van iemand anders. We willen allen tonen hoe goed we zijn, in onszelf niet zijn.

Bijna ieder gezelschap programmeert maar al te graag lachstukken. Zogenaamd omdat het publiek dat prefereert. Dat klopt, al is het een drogreden. Die publiekslach is vooral een mooi surplus voor de spelers: je krijgt directe respons. Elk lachsalvo geeft een beter speelgevoel, als waren het pilletjes tegen plankenkoorts. Nee, nee: geef maar hier die rol van dorpsgek of stotteraar: het lijkt alles net iets makkelijker te maken.

Toeschouwers zijn meestal positief na voorstellingen. Zo hoor je minimaal: ‘Proficiat, goed gespeeld. Ik heb mij geamuseerd.’ Opgelet, want dit standaardantwoord zegt niets! De oprechte mening van iemand, wordt pas in de daaropvolgende zinnen duidelijk. Als die luiden: ‘Mijn gat doet wel zeer van die stoelen’ of ‘Ik ga wel meteen naar huis want ik ben moe.’ of ‘Hoe is ’t met u voor de rest?’, dan was de positieve reactie niet gemeend. Mensen blijven immers over de opvoering doorpraten, als ze het echt goed vonden. Als je zelf naar complimenten moet vissen, vang je er nooit oprechte.

Ze zeggen wel eens dat acteurs een groot ego en lange tenen hebben. Wel, om alle misverstanden hieromtrent eindelijk de wereld uit te helpen: het klopt. O wee, als je als toeschouwer te kritisch uit de hoek komt. Dat laat acterende hoofden kolkend denken: ‘In de grond boren kan je wel, maar zelf blijf je veilig aan wal, hé: mislukte schipper!’, ‘Omhooggevallen leek!’, ‘Mierenneuker!’, ‘Cultuurbarbaar!’ Hier spreekt echter de ontgoocheling van het moment, het harde repeteerwerk lijkt niet het verhoopte resultaat te geven. Even later denkt een speler al: volgende keer zet ik nog een tand bij en blaas ik iedereen omver.

Voor een publiek je ding doen, geeft een kick. Het overstijgt even het dagdagelijkse, je voelt je een beetje ster. Je haalt alles uit je lijf om te schitteren, te entertainen. Alle toneelspelers met wat talent, blijven levenslang beter worden. Ik zag eens een vrouw van in de tachtig zo sterk spelen, dat die pure schoonheid mij tot tranen bewoog. Dat onderscheidt acteren dan ook van een levensloop: hou ouder, hoe meer je betekent.

Een toneelproductie is een mooie tocht over bergen en door dalen. Creëren is werken maar genieten, opvoeren de ontlading en beloning. En laten we allen maar eens lachen met onvoorziene foutjes: het licht dat pas drie seconden na het beroeren van de schakelaar aanfloept, een acteur die door zijn stoel of tekst zakt. Dat zijn net de charmes, al worden zo’n foutjes zeldzamer. De kwaliteit van amateurtheater is de laatste decennia spectaculair gestegen, op alle vlakken. Ego’s hebben ook hun fierheid.

Jaarlijks komen er miljoenen mensen kijken naar toneel gebracht door liefhebbers. Als toeschouwer krijg je die extra dimensie om je buurvrouw, een collega, een tante of je dokter te zien spelen. Het is mooi om mensen bezig te zien in een compleet andere hoedanigheid. Een diepe buiging van alle toneelmensen voor uw belangstelling en uw applaus, is hier op zijn plaats. Toneel zal in vele levens altijd een onverwoestbare liefde blijven. Dat hoeft niet geacteerd te worden, dat is.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties